woensdag 4 november 2015

Lekker klungelen.

Burda, November '15
Lekker klungelen

Vroeger, toen ik net begon met naaien, zeven jaar geleden, had ik eens het veel te ambitieuze idee om een galajurk te maken. Het was welgeteld de tweede jurk die onder mijn gevonden Singertje vandaan zou komen en dat leek me toentertijd een goed idee. Ik had al een hooggesloten, kort jurkje gemaakt van een patroon (en dat vervolgens veel te grootmoedig aangepast naar iets veel ingewikkelders), dat patroon kon ik best nog een keer gebruiken en er een v
erlengstuk aanplakken. En ingezette driehoeken voor een klokkend effect. En het leek me wel leuk om de rits halverwege te laten eindigen maar de rugpanden niet lager te maken, zodat ik die flapjes zou kunnen omslaan want ik hield/houd heel erg van jurken met lage ruggen. En dan een panterprintje over die flapjes maken (toenmalige partner was het absoluut niet eens met de panterprint maar die mening heeft het onderspit moeten delven). De jurk zelf zou gemaakt worden van paarse stof die ooit als gordijn gediend had.
Zo bedacht, ‘zo’ gedaan. Fluitje van een cent. Toch? Ik gaf toen nog niet veel om hoe de binnenkant eruit zou zien, dus dat scheelde me weer wat kopzorgen. De inzetstukken zijn in rechte driehoeken geknipt, maar de onderkant van de panden had ik klokkend geknipt. Dat leek me toen een heel goed idee! Ik moet echt even graven wat de beweegredenen waren, volgens mij dacht ik dat als ik ze allebei klokkend zou knippen, dat de rok niet wijd genoeg zou worden (naast blote ruggen hield/houd ik ook van wijd uitlopende rokken). Dat is natuurlijk onzin, dus eigenlijk ziet het er best gek uit nu. Daarnaast was de panterstof dun en wapperig en de gordijnstof redelijk stug, dus heb ik er nog maar paars lint over de naden genaaid om hem niet zo raar te laten bollen.

En dan die panterflapjes... Ik heb ze maar gewoon op de binnenkant vast genaaid en weer een paars lintje op de randjes gemaakt zodat het er net iets minder sjofel uit zou zijn. Op het vraagstuk hoe ik de panterflapjes aan het begin van de punt nou netjes vast moet maken, heb ik nooit een antwoord gevonden. Behalve heel hard hopen dat niemand ooit van zo dichtbij naar mijn jurk zou kijken. Met al dit geklungel in gedachten, ziet hij er best oké uit! Maar vanaf toen ben ik wel netjes met voering gaan werken.


Foto door Yetta Lovink!

Lelijk is ok.

Burda, Oktober '15
Lelijk is ok

Laten we wel wezen, kleding uit de jaren ’80 of ’90 is bij nader inzien best wel lelijk. Dat zijn kledingstukken die je nu echt niet meer zou dragen. Echter, heel lelijk is eigenlijk ook heel cool. Ik heb zelf een aantal foeilelijke kledingstukken ergens uit een tweedehands opgedoken, als in echt heel lelijk, maar toch zijn het bijna mijn favoriete kledingstukken.

Lelijk, maar wel een goede schutkleur!
Als ik dan weer zo’n zwerversoutfit aanheb en vriendinnen becommentariëren mijn lelijke vaalgroen-oker-vaalroze-panterprint-trui, dan lachen we met z’n allen hartelijk om hoe lelijk dat ding eigenlijk is. En dat voelt goed. Als een soort tegenpool van er altijd mooi uit te zien en de druk daarvan. Nu kun je onbezonnen lelijke kleding dragen en er nog flink mee wegkomen ook!

Ik heb mij trouwens altijd al verbaasd over haute couture die de modellen dragen op de catwalk. Er zitten juweeltjes tussen (meestal een pret à porter collectie) maar over het algemeen is het/ vind ik het om te huilen. Zo lelijk, zo mismatched. En toch zo gaaf om naar te kijken!

Nu is er natuurlijk wel een grens, een soort lelijkheidsgrens. Heel sprekend vond ik een vergelijking tussen een zwerver en een streetstyler, het enige verschil waren de vuile vegen en de ontbrekende smartphone. Ook kan niet iedereen met een lelijke outfit wegkomen, er moet wel een beetje een uitstraling omheen zitten. Het valt allemaal niet mee om er verantwoord lelijk uit te zien. Hoe lelijker hoe beter, dat leek een beetje de tendens, maar voor de zomer viel het allemaal toch weer mee. Misschien als we ons weer in wat dikkere kleding van meerdere lagen moet hullen, dat de lelijke truien dan weer tevoorschijn komen. En dan nog zó op werk durven verschijnen uiteraard. Iemand moet wel bewust iets lelijks aangetrokken hebben, dan is het nog wel te waarderen. Een beetje van: ‘Ja, ik heb een lelijke trui aan. Dat weet ik. Ik heb het expres aangetrokken omdát hij lelijk is. Ik voel me er fijn bij om er een keertje foeilelijk bij te lopen in plaats van braaf de mooie trends te volgen.’

En zelf iets lelijks naaien? Nee, dat nooit. Niet vanonder mijn naaimachine tenminste. Een ontwerp is toch een beetje een kindje van je en dat verpruts je liever niet. Daarnaast zit er nog verschil in iets lelijk naaien en een lelijk iets naaien...


Eenlapskleding.

Burda, September '15
Eenlapskleding

Ik heb enorme bewondering voor hele kledingwijzen die tot stand gebracht worden met slechts één lange lap stof, soms met een bescheiden hulpstukje. Hoe creatief moet je zijn om een hele (functionele!) outfit te bedenken uit één lap...

De sari’s in India zijn daar een mooi voorbeeld van, maar ook de toga’s van de Romeinen, de gewaden van de monniken in Tibet en eigenlijk op flink wat plekken waar traditionele kleding om de hoek komt kijken. Al duizenden jaren wordt gewerkt met slechts een paar lappen en veel vouwen en plooien, zonder al te veel poespas en ritsen. Dit in tegenstelling tot de eendagskleding, die vandaag in de winkel ligt maar morgen eigenlijk alweer uit de mode is. Onze oogjes kunnen al het moois amper aan, laat staan onze portemonnee. We worden lekker opgezweept en het consumptisme  heeft vrij spel, terwijl de duurzame tijdloosheid sip in een hoekje staat toe te kijken en er weer een onderbetaalde werknemer flauwvalt.
Oké dit is een heel andere discussie, lang leve de eigen naaimachine en terug naar de eenlapskleding.
In Marokko kwam ik nog zo’n prachtig voorbeeld tegen van een hele jurk uit één lap. Er zaten wel mouwtjes in genaaid dus het is wel een beetje vals spelen, maar het idee geldt nog steeds. Overigens heb ik welgeteld niemand in deze kleding over straat zien gaan dus het zal ook wel niet meer in gebruik zijn, toch vind ik het noemenswaardig. Het leuke aan deze jurk-met-ingebouwde-harembroek (bij gebrek aan een beter omschrijvende term) is dat de lap niet horizontaal gewikkeld wordt zoals bij de sari’s en ook niet diagonaal zoals bij de toga’s, maar verticaal. Huh, verticaal? Ja ik stond ook in verbazing te knipperen. Je doet dus eerst de mouwtjes aan, dan ligt er zo’n anderhalf meter aan stof voor je op de grond tussen je voeten, die haal je tussen je benen door en dat bind je bovenaan met een touwtje weer vast. Een taillestuk er omheen voor de nodige vormen et voilà, klaar is Kees (of Zayneb of Deena). Geniaal toch? En het is superhandig met plassen want je hoeft alleen maar je harembroekdeel opzij te schuiven, daar zit immers een split van anderhalve meter hoog. Tenminste , ik vermoed dat het handig is, nog niet geprobeerd. De split gedraagt zich overigens niet heel zedelijk in de wind, maar daar heb je dan weer leggings voor.


Drama.

Burda, Augustus '15
Drama




Waarschijnlijk herkent iedereen de kick wel van het vinden van dat ene perfecte kledingstuk voor een spotprijsje, in een uitverkoop of iets dergelijks. Mijn kick haal ik voornamelijk uit het vinden van dat ene perfecte kledingstuk voor een spotprijsje, in een tweedehandswinkel. Tweedehands geeft toch altijd een beetje extra spanning, omdat er maar één exemplaar in één maat beschikbaar is. Het is dus alles of niets. Voor ons met een naaimachine op tafel zijn de grenzen iets soepeler, maar desalniettemin blijft het (voor mij) een kwestie van 100% ja of 100% nee. 
In Middelburg stapte ik eens een ontzettend leuk winkeltje binnen die zo ongeveer alles verkochten, inclusief kledingrekken vol fantastische jurken. Het meeste lag binnen mijn tweedehandsbudget, dus ik ging lekker aan de slag in de paskamer. Bij voorbaat had ik een euforisch gevoel, omdat ik wist dat ik hier met een stel fantastische jurken terug zou komen. In de paskamer echter bleken sommige jurken toch niet helemaal goed te zitten of vond ik ze het geld niet waard (het eeuwige interne debat). Uiteindelijk kon ik toch een zeer aardig jurkje vinden, maar dit was van een alledaags merk en dan gaat de kick van het speuren er toch wel vanaf. Mijn blije gevoel zakte af en dat wilde ik niet. Ik was in Middelburg, in een leuk winkeltje, het was mooi weer, dit moest een goede dag worden. Na een korte psycho-confectionele analyse kwam ik er achter waarom de blije gevoelens ontbraken: ik had een jurkje weggelegd die eigenlijk niet goed zat, maar die wel heel vet was. Dan nog maar eens passen en kijken of ik het thuis nog zou kunnen redden, gewapend met naald, draad en naaimachine. Het was een heel recht jurkje, eigenlijk zonder figuurnaden en dan kan mijn lichaam helemaal niet hebben. Mijn heupen zijn te breed, mijn rug is te hol, als ik een A-lijn jurkje aantrek dan lijk ik van drie kanten zwanger. Niet bepaald charmant. Inmiddels was echter wel duidelijk dat ik niet blij zou zijn als ik dat jurkje niet mee zou nemen, dus die ging mee. Hoe bizar eigenlijk ook dat mijn humeur zo kan afhangen van die ene aankoop, dat hebben meer mensen hoop ik? Thuis heb ik het ding werkelijk toegetakeld (vooral de mouwen en de hals moesten het ontgelden) , zoveel ik er aan veranderd heb om het ook maar een beetje beter te laten aansluiten.
De figuurnaden aan de buitenkant




Raar.

Burda, Juli '15
Raar

Wat is het raarste dat u ooit hebt genaaid? Ik stelde mij laatst een gelijke vraag, en toen wist ik het antwoord eigenlijk niet, terwijl ik toch het idee heb dat ik mijn naaimachine voor heel andere dingen gebruik dan voor kleding naaien. Een cadeauverpakking bijvoorbeeld (bij gebrek aan inpakpapier). Dat is echter niet raar, dat is gewoon een beetje praktisch denken. Of van die pads die in sportbeha’s en bikini’s zitten die na drie wasbeurten weer uit elkaar vallen. Naadje eroverheen, huppa. Wederom niet raar, wel handig. Hoogstens een beetje apart. Of watjes naaien op een lichtblauw jurkje in het kader van een Einde-van-de-wereld-feest. Jeweetwel, wolkjes, hemels, het hiernamaals. Het is wel raar om met watjes te naaien, maar het idee op zich is nier ráár. Toch?




Er is slechts één ding dat ik echt als raar kan bestempelen, dat is mijn pruik. Nu is pruik een beetje een groot woord, maar het voldoet aan de definitie van valse haardos aldus Van Dale. Een aantal jaar geleden was ik in Ghana en daar heb ik als een rasechte toerist mijn haar laten invlechten. Van die slangetjes nephaar vastgebonden aan mijn hoofdhaar, inclusief jeukpinnetje (want ja, dat plastic haar gaat jeuken bij temperaturen van 45 graden). Nu is dat hele strakke invlechten helemaal niet goed voor je haar. Voor kroeshaar is het op den duur al slecht, maar voor blond haar... 75% van mijn noordelijk halfronds haar had uit ellende direct al mijn hoofdhuid losgelaten. En daarna, met dat je je vlechtjes er uit haalt, haal je ongeveer je hele eigen hoofdplantage mee en dat was ook de laatste keer dat ik lang haar had (dit was voorzien overigens, de korte coup stond al gepland). Het nephaar heb ik niet weggegooid, de fobie voor iets weggooien wat later misschien nog van pas had kunnen komen speelde op en ik besloot er een pruik van te maken. Mocht ik ooit weer met lang haar op een feestje willen verschijnen, dan had ik daar nu in voorzien. Volgens mij heb ik schouderpads gebruikt die samen ongeveer de vorm van mijn hoofd hadden en daar heb ik dan het nephaar op genaaid. Ik weet eigenlijk niet hoe mijn naaimachine er niet helemaal vol mee is gelopen, ik zal wel of heel voorzichtig zijn geweest of iets heel ingenieus bedacht hebben om dit te voorkomen. Hoe dan ook, de pruik is een feit. En nog steeds ongedragen. Ook feestjes zijn warme, dus jeukerige aangelegenheden en het jeukpinnetje ben ik kwijt...